Verhalen 2018

What’s in a name

Madagaskar

Je kunt gerust stellen dat ik bij het uitdelen van de voornamen niet vooraan heb gestaan. Er zijn mensen die meer namen hebben dan ik letters in mijn ene naam: drie, zegge en schrijve.
Maar ook onze gids Randrianantoandroarinely, is er bekaaid van afgekomen. Naar Malagassische begrippen dan.

Madagaskar is het land van de onmogelijke namen – niet bepaald de ideale bestemming als je dyslectisch bent. Alleen al die extra na in de naam van de hoofdstad: Antana-na-rivo. En zo zullen we vandaag op onze route naar Ambatolampy, de plaatsen Merintsiatosika en Ambohimiadana links laten liggen, en hopen we via Ambihimandroso, Ampitatafiko en Antanifotsy tegen het eind van de middag in Antsirabe zijn.
Het blijken, behalve de plaatsnamen, vooral ook de namen van de mensen te zijn die aardig uit de hand kunnen lopen. Neem de koning van Madagaskar die aan het eind van de achttiende eeuw enige orde bracht op het eiland. Zijn naam was (zonder koppeltekens of spaties!):
        Andrianampoinimerinandriantsimitoviaminandriampanjaka.
Je zult het altijd zien: ben je eens een keer goed bedeeld, is het weer niet goed.
Misschien vond de man het gewoon geen mooie naam. Het kan ook zijn dat hij zijn naam niet handig vond, omdat hij elke dag legio documenten moest ondertekenen. Hoe dan ook, op een gegeven moment besloot de koning zich kortweg Andrianampoinimerina te laten noemen. En, laten we toegeven, dat bekt een stuk lekkerder:
        ‘Andrianampoinimerina, heb je de container al bij de weg gezet?’
        ‘Ja-ha. Doe ik zo!’
        ‘Wat zeg je, Andrianampoinimerina?’

Rond 1900 toonde een Duitse taalkundige aan dat het Malagasi behoort tot de familie van wat hij noemde: de Austro-Aziatische talen. De taal van Madagaskar is verwant aan de taal die gesproken wordt op Zuid-Borneo. Merkwaardig, omdat dit eiland zesduizend kilometer verwijderd is, terwijl het Afrikaanse continent zich op nog geen vijfhonderd kilometer afstand bevindt. Het sterkt de theorie dat de eerste bewoners van het eiland afkomstig zouden zijn uit de Indische Archipel.

Het Malagasi is nog maar een paar honderd jaar een geschreven taal. In 1820 kreeg een missionaris uit Wales, ene David Jones, de opdracht van Koning Radama I om het gesproken Malagasi uit te schrijven. Ik weet niet of het handig was om uitgerekend een Welshman te vragen je taal op papier te zetten. Was het niet in Wales, dat we ooit dat beroemde stationnetje bezochten met de langste plaatsnaam ter wereld? De naam was me even ontschoten, maar ik heb het opgezocht:
        Llanfairpwllgwyngyllgogerychwyrndrobwllllantysiliogogogoch.
Om de Fransen te vriend te houden (Madagaskar is vanouds een Franse kolonie), werd de merkwaardige afspraak gemaakt, dat de taal die uiteindelijk op papier zou komen vooral veel klinkers moest hebben. Zo gezegd, zo gedaan. Jones leeft zich helemaal uit en produceert een taal met aan klinkers geen gebrek, en dientengevolge een overdaad aan onhandelbaar lange woorden.

Gelukkig nemen de Malagassiërs zelden de moeite de woorden uit te spreken zoals ze officieel worden geschreven. De hoofdstad Antananarivo wordt Tana en, zoals we hebben gezien, koning Je-weet-wel-enzovoort heeft er ook iets handzamers van gemaakt.
Zoals de uitspraak van het Frans klinkt alsof de meeste woorden eindigen op een klinker, is dat in het geschreven Malagasi met elk woord inderdaad ook het geval. Om dit te bereiken komen in het Malagasi de letters C, Q, U, W en de X bij voorbaat niet voor.

Dankzij de foto die ik op een onbewaakt moment van zijn badge heb gemaakt, kan ik hier de naam van onze gids naar de Heilige Waterval in de Amberbergen vermelden: Randrianantoandroarinely. Onze Randrianantoandroarinely zal, in al die jaren dat hij met toeristen te maken heeft, hebben ontdekt dat zijn naam – hoe prachtig in de Malagassische overlevering misschien – voor zijn doelgroep, de buitenlanders, hopeloos is. Hij stelde zich dan ook voor als Lucius.
Ik weet niet wat de relatie van Lucius is met zijn echte naam. Ach, het doet er niet toe. Wie krijgt niet regelmatig geboortekaartjes met verplichte, vetgedrukte namen als Trientje Geertruida Klazina. En dan eronder: we noemen haar Merel?

Bovenstaand verhaal is gebaseerd op fragmenten uit: De kinderen van Papa Koto – Een rondreis door Madagaskar
Voor foto’s van Madagaskar, zie Madagaskar e.v. op deze site.