Verhalen 2017

Welkom in Buchara

0919b-bukharaBuchara – Oezbekistan

Ik sta voor De Ark van Buchara. Op deze plaats, vlak voor het oude koninklijke bolwerk van de stad, groeven Charles Stoddart en Arthur Conolly, ten aanschouwen van een enorme menigte, letterlijk hun eigen graf. Het moeten graven van je eigen graf zal sowieso geen pretje zijn, maar als het weer op die bewuste 24 juni 1842 hetzelfde was als vandaag (slechts een paar weken later in het jaar) dan zijn de mannen de laatste uren van hun leven helemaal niet te benijden geweest. Ook vandaag is het op mijn wandeling door de stad namelijk rond de 47 graden.
Drie jaar eerder was de Britse kolonel Stoddart al in Buchara aangekomen. 
Zijn politieke missie bestond eruit de emir op de hoogte te brengen van de mislukte Engelse invasie in Afghanistan – een tegenvaller voor de regio omdat, met het oog op de oprukkende Russische invloed richting India, Britse overheersing aldaar welkom zou zijn. Het slechte nieuws was nog tot daaraantoe als Stoddart bij de ontmoeting met zijne hoogheid Emir Nasrullah Khan niet een paar onhandigheidjes had uitgehaald.
Een van de blunders was het niet meebrengen van een cadeautje. Engeland mag niet het souvenirland bij uitstek zijn, maar er was allicht iets te verzinnen geweest: een houten kistje met Breakfast Tea uit het Londense Covent Garden? Kon de thee gelijk weer een eind richting India, waar het vandaan kwam.
Over India gesproken, de tweede misser van Stoddart was het feit dat de legitimatie van zijn bezoek, die hij zwart-op-wit in zijn broekzak had, niet afkomstig was van de autoriteit in deze: koningin Victoria, maar van een of andere onbekende gouverneur-generaal van India.
Tot slot, of eigenlijk om te beginnen, was het een beetje dom van Stoddart om de heilige gronden van De Ark niet, zoals voorgeschreven, te voet te benaderen, maar er typisch Brits on horseback overheen te galopperen.
De met zowel een enorme dosis ijdelheid als een kort lontje uitgeruste emir was er gauw klaar mee. Wie hoog te paard zit, kan laag vallen en dat gebeurde dan ook met de Britse afgezand. Hij kwam tien meter lager terecht. In de van luizen, kakkerlakken en schorpioenen vergeven put waar ik zojuist een kijkje heb genomen. De beruchte put is een van de ondergrondse verblijven van het destijds beruchte Zindon. De voormalige gevangenis is nu een gezellig museum waar middeleeuwse cellen, martelwerktuigen, en poppen voorstellende gemartelde gevangen ten toon worden gesteld.

Hoewel er nooit een ansichtkaartje ‘Hartelijke Groeten uit Buchara’ in Engeland was aangekomen, werd twee jaar later toch ene kapitein Conolly die kant op gestuurd. Had Stoddart zijn landgenoot maar een fotootje van het ‘gastenverblijf’ van de emir kunnen mailen voordat deze besloot ook hotel Zindon te boeken. Hij had hem dan meteen een paar tips kunnen geven met betrekking tot de geldende etiquette bij een audiëntie bij de emir.
De argeloze Conolly werd bij aankomst beschouwd als een samenzweerder met de omliggende, bedreigende kanaten Khiva en Khokand, zodat Nasrullah Khan onmiddellijk besloot zijn tweede gast uit het verre Engeland de ‘kamer’ van zijn landgenoot te laten delen.
Nadat de emir daarna nog wekenlang tevergeefs op een officiële brief van koningin Victoria had gewacht – en hem bovendien ter ore kwam dat de Britten enorm waren afgedroogd in Kabul – werd het hem duidelijk dat zijn beide gasten afkomstig waren uit een volstrekt waardeloos land. En daarmee dus zelf ook van nul en generlei waarde waren.
Op 24 juni werden de mannen vanuit de koele put de hitte in getakeld en kregen ze een schep overhandigd. Met de mededeling dat het de bedoeling was dat ze, voordat ze zouden worden onthoofd, eerst nog even een paar uur flink aan het werk gingen.
Wie op zo’n moment een kuil graaft voor zichzelf moet er niet op rekenen dat er iemand anders in terecht zal komen.