Verhalen 2017

Thermaalbad

mad-0807-s-4526-andre-peyrieras-reptielenparkRanomafana – Madagaskar

Het oude gebouw waar we, met onze badspullen onder de arm, op afstevenen, blijkt allang niet meer het thermaalbad te zijn waarnaar we op zoek zijn. Het complex verkeert in vergaande staat van ontbinding en al voor we naar binnen stappen dringt zich de muffe lucht van vochtig pleisterwerk en beton aan ons op. Voor het bad, zo blijkt, moeten we een paar honderd meter verderop zijn.
Nadat we de noodbrug over een zijtak van de Namorana-rivier zijn overgestoken, komen we inderdaad bij iets wat voor een zwembad door zou kunnen gaan. Bij het eerste hokje waar we langs lopen worden kaartjes verkocht.
Hoewel de dames in mijn gezelschap met de minuut sceptischer worden over het plan om onszelf deze middag eens flink te verwennen in een heus thermaalbad, kopen we alle zes een kaartje voor het totaalpakket – wat dat ook moge zijn. Onder het motto ‘ordinaire zwembaden zijn er genoeg op de wereld’ gaan we meteen op zoek naar de specialité-de-la-maison: het warme bronnenbad. Ik vind het verdacht dat ik nog steeds niet de rotte eieren-lucht van zwavel ruik die ik associeer met de thermaalbaden die ik, onder andere in Hongarije, heb bezocht.De thermale baden blijken vijf hokjes te zijn ter grootte van een doorsnee toilet. We hebben al met moeite een paar klemmende deuren geopend en het enige wat er in elk hokje te zien is, is een vies, groen uitgeslagen badkuipje. Niet groot genoeg om languit in te liggen – van die zitbakken die speciaal zijn uitgevonden om mensen die niet een normale badkuip kunnen plaatsen, toch de illusie te geven dat ze een bad bezitten.

Als we de vierde deur opentrekken zien we er zowaar eentje in gebruik. De man, toevallig ook een Nederlander, ziet in zijn blote kont zes verbaasde landgenoten in de deuropening. Hij mompelt wat en wacht gelaten tot we zijn uitgekeken. Als ik de man was, zou ik me eerder schamen voor het feit dat ik betrapt werd, zittend in een bruin laagje dampend water, in een gore, oversizede gootsteen, dan dat ik in mijn nakie zat. We wensen hem nog een genoeglijke en heilzame middag en drukken de scheve deur weer zo goed mogelijk in het kozijn.
Het zwembad dan maar. Per slot van rekening hebben we daar ook kaartjes voor gekocht (à € 0,20 per persoon). Zoals inmiddels was te verwachten, dalen alleen de drie mannen aarzelend af in het overvolle bad. De dames aanschouwen onze verrichtingen geduldig vanaf een ongelukkig bankje aan de kant.
Het zwembad ziet letterlijk zwart van de mensen. Waarschijnlijk treffen we net een paar klassen op schoolreisje, want het bad krioelt van de kinderen. Het is een komische setting. Met zijn drieën zijn we de enige blanken te midden van een zee van proestende zwarte kopjes. Als ik om me heen kijk zie ik overal naast me wild spartelende kinderlijfjes onder water verdwijnen en even later weer boven komen. Toch heb ik niet de indruk dat we met onze verschijning de aandacht op ons vestigen.
Nu heb ik het sowieso vrij snel gezien in een zwembad, maar hier zie ik absoluut geen kans om me langer dan vijf minuten te vermaken. Het water is veel te warm en er is geen ruimte om één slag te zwemmen. Bovendien bekruipt me steeds meer het onbehaaglijke idee dat hier in dit sopje de snotneusjes zitten te weken die we op onze reis door Madagaskar elke dag tegenkomen. Als we ons staan af te drogen vertelt Jelly dat ze met zijn drieën op het bankje een stukje zijn opgeschoven, omdat het bundeltje kleren naast hen niet zo fris rook.
Als we over de noodbrug teruglopen, bedenk ik dat er nooit iemand naar onze kaartjes heeft gevraagd.