Recente verhalen

De Backwaters van Kerala

Kerala – India

Over een lengte van driehonderd kilometer strekt zich achter de kustlijn van de Indiase deelstaat Kerala een waterrijk natuurgebied uit: een netwerk van rivieren en zijtakken, door palmbomen omgeven lagunes, en door dezelfde palmbomen bijna aan het oog onttrokken kanaaltjes. Achter de palmen liggen de rijstvelden.
De belevenis van een tocht door de Backwaters is juist dat er niets te beleven is. Nadat we ons dagenlang in onze bus door het moeizame Indiase verkeer hebben gewurmd, is de rust op het water bijna sensationeel.  Geen voorbijflitsende huizen. Geen tegenliggers die op het laatste nippertje besluiten toch maar niet van voren naar achteren dwars door onze bus te gaan. Geen optrekkende en afremmende chauffeur Kumar – die, als zijn ingrijpen onverwacht iets te abrupt uitpakte, met een brede grijns in de spiegel verontschuldigend zijn hand naar ons opstak.
De chauffeur waaraan we de komende dagen zijn overgeleverd stuurt ons met een pruttelend sukkelgangetje over rimpelloos water dat hooguit in beroering komt als we een andere boot tegenkomen. De enige activiteit die we af en toe ontplooien is de verrekijker of camera pakken: boven ons hoofd zweven rode visarenden en op en om het water komen ijsvogels in alle formaten voorbij.  We spotten slangenhalsvogels, zilverreigers, en vogels die op onze futen en aalscholvers lijken.
Onze boot is het hotel, ons hotel is de boot. Niet alleen ons hotel. Op de schuit zijn drie kamers gefabriceerd, met elk een eigen badkamer met douche en toilet. Uitstekende bedden, airco, alles erop en eraan. De smalle gang langs de kamers (en de reling aan stuurboord) eindigt achteraan bij een kleine keuken en de hokjes waar de bemanning slaapt. De met palmbladeren bedekte bolle vorm van deze hotelschepen schijnt te zijn terug te voeren tot de tijd dat de Chinezen de streek bevoeren.
Op de royale voorplecht staan een eettafel met stoelen en een zitje met luxe fauteuils.  Alles is berekend op de maximale bezetting van drie kamers, oftewel zes personen.  Wij hebben de voorste kamer – voor ons geldt letterlijk dat we, gezeten op het voordek, twee dagen lang op de veranda van onze hotelkamer over het water glijden.  Voorop de boot zit de stuurman. Ik heb vandaag zijn collega’s onder een primitief afdakje zien zitten, maar onze schipper moet, om de brandende zon van zijn lijf te houden, de hele dag met één hand zijn zwarte paraplu omhoog houden.
Verscholen achter muren en indrukwekkende hekwerken staan grote huizen. De bewoners van de Backwaters wonen niet in een drijvend dorp, maar gewoon op het land. Hoewel, gewoon. Het gebied waar we doorheen varen doet denken aan een royaal opgezet Giethoorn.  Aan de steigers liggen bootjes. Misschien dat een enkeling via een achteruitgang op een brommer de openbare weg kan bereiken, maar op de meeste plaatsen is het duidelijk dat de bewoners zonder boot geen kant op kunnen.
Op de eilandjes staan kapitale villa’s – veel mannen uit Kerala werken in de Golfstaten of in Amerika en brengen elke maand een aanzienlijk bedrag mee naar huis. De Indiërs die hier wonen zijn niet de armste. Ze zijn ook niet de domste. Van alle Indiase staten is Kerala het meest geletterd, bijna honderd procent. Kerala is ook rijk aan vrouwen. Te rijk, eigenlijk. Het overschot trouwt ver buiten de staat. Nergens zijn zo veel vrijgezelle verpleegsters als in Kerala.
Over trouwen gesproken. We komen een zogenaamde honeymoon-boot tegen. De boot is half zo groot als die van ons. Allicht, voor de meeste echtparen is in elk geval op de eerste nacht één kamer voldoende. Waarin zou een kamer op een speciaal voor een huwelijksreis ingerichte boot moeten verschillen van die van ons? Ik kom niet verder dan een extra groot bed, en een ruime voorraad van het smerige Indiase wittebrood misschien. O ja, en de kamasutra op het nachtkastje, natuurlijk.

Bovenstaand verhaal is gebaseerd op een een fragment uit De Koe uit Bangalore – een rondreis door India.