Verhalen 2019

Bemo naar Bajawa

Bajawa (Flores) – Indonesië

Bemo’s zijn in Indonesië busjes die op een bepaalde route af en aan rijden en die je voor een paar dubbeltjes van A naar B brengen – in ons geval: van het hotel buiten de stad naar het centrum van Bajawa. Een bemo, zo zal spoedig blijken, is pas vol als de deur, zo die er al is, niet meer dicht kan.

We hadden besloten een taxi naar de stad te nemen, maar volgens de jongen van de receptie was een taxi naar Bajawa lastig te regelen. Volgens hem moesten we gewoon een bemo nemen.
En zo staan we even later langs de slingerende bergweg voor het hotel; er zijn al een paar bemo’s voorbijgereden. De reden dat ze onze signalen negeerden en plankgas de haarspeldbocht even verderop indoken, was bij elk busje duidelijk: in alle gevallen had zelfs de jongen die, in zijn rol van conducteur, op de treeplank hing, er niet meer bij in gekund.
Dan gaat een, met schreeuwende graffitifiguren versierd, busje voor onze voeten in de remmen. Nadat we 3000 roepia (twintig eurocent) per persoon hebben afgerekend wringen we ons naar binnen. Bart heeft zijn hakken nog niet binnenboord of we stormen al bergafwaarts op de eerste haarspeldbocht af.
We staan met een man of zeven in het middenpad – met de rug naar de uitgang, ruimte om je om te draaien is er niet. De mensen op het smalle bankje aan de zijkant schuiven in en even later heeft Jelly een puntje van een zitting onder één bil. Naast ons houdt een moeder met een meisje op de arm en eentje tussen de benen de beugel boven haar hoofd in een ijzeren greep. De roze handvatten aan het plafond hebben, leuk bedacht maar heel onhandig, de vorm van een hart.
Rondom in de bus hangt knipperende kerstverlichting. Uit de enorme luidsprekers boven de chauffeurscabine komt keiharde muziek. De oude mevrouw waar ik het zicht op heb, doet haar handen voor haar oren als een nieuw disconummer met zware bassen wordt ingezet. De muziek is er alleen voor de chauffeur – niet geheel onterecht, als je bedenkt dat het zijn busje is en dat hij er, elke dag weer, toe is veroordeeld.
Ook de voorruit van deze bus zit volgeplakt met stickers en stroken zonwerende folie. En ook hier zijn ze voorzien van pakkende kreten: american style, lucky, rocky en rock star – Rocky zal de bekende Sylvester van de Rocky’s 1 t/m 16 zijn – wie met Rock Star wordt bedoeld, is gissen.
We hebben geen enkel zicht naar buiten, wellicht dat het daarom lijkt alsof we onverantwoord hard voortrazen. Dat zal evengoed zo zijn, maar het gevoel wordt versterkt door de belabberde wegligging van het busje en het feit dat we nergens naar buiten kunnen kijken – volgens mij zijn er saaiere kermisattracties die bovendien nog eens twintig keer zo veel kosten. Blijkbaar heeft mijn vrouw wel enig uitzicht want boven de discodreunen uit schreeuwt ze me toe dat er behalve de conducteur ook twee mannelijke passagiers aan de buitenkant van het busje hangen.
Er wordt niet meer gestopt. Er hoeft niemand uit en het is duidelijk dat er ook niemand meer bij kan, al heb ik een dergelijke mening op ritten als deze vaker moeten herzien.Ergens in het centrum van Bajawa rollen we achterstevoren uit de bemo.

Bovenstaand verhaal is een fragment uit Edelweis onder de vulkaan – Flores, Sumbawa, Lombok &, Bali